Paastreffen België 2018

“Ga je mee naar Koekelare, Jon? Daar is het GS Paastreffen 2018 van 30 maart tot 2 april”.
Dat was het appje dat ik van René Vidal kreeg…… Koekelare, waar ligt dat dan in godesnaam dacht ik alleen maar. En een meeting, hmmmmm…. Ik ben nooit zo van de grote groepen, kampvuurtjes en gitaarmuziek. Aannames, ze zijn zo lekker makkelijk hè. Maar ach, het seizoen openen met een lekker ritje naar onze zuiderburen… Hoe verkeerd kan het zijn.
“Ja, mooie gelegenheid om onze nieuwe tenten en andere spullen te testen. Dus ik ga met je mee”, was mijn antwoord. René was vorig jaar voor het eerst met de motor en een tent op vakantie geweest, had nog even de kat uit de boom gekeken met wat goedkopere spullen, maar was al snel óm en heeft tijd en geld in mooi kampeerspul gestoken. En ik, ik heb een andere tent gekocht die sneller op te zetten is.
Informatie opzoeken over het weekend was niet moeilijk, ze hadden genoeg op het forum gezet. Asfalt, All-road en natuurlijk Off-road……kies maar. Off-road is geen optie bij gebrek aan noppenbanden, de All-road klonk leuk en ook de ritten langs de uit historisch oogpunt interessante plekken die met de 1e wereldoorlog te maken hadden leken zeer de moeite waard. Één berichtje naar de club en mijn deelname was een feit.
“René, gaan we All-road doen?”, vroeg ik op het forum en voor ik goed en wel antwoord van hem kreeg had DanielGS ons al in die groep geknikkerd. “Geen idee wie DanielGS is, maar gras laten groeien is geen optie bij hem”, mompelde ik in mijzelf. Ik vind het prima, hou wel van dat soort grappen.
Koekelare, 300km van Zaandam, in de buurt van Duinkerke. Een grappige naam, maar het kan nog grappiger zoals later blijkt. Locatie is Hof ter Castaigne, een hoeve met ruimte voor tentjes en voor de vlugge vogels waren er zelfs nog een paar kamers beschikbaar.

Nog een paar dagen werken, de plicht roept tenslotte 5 van de 7 dagen en dan is het zo ver. De koffers hangen op de dag voor vertrek al snel gevuld en wel aan de motor en de volgende ochtend rond 12 uur arriveer ik netjes bij René in Amsterdam. Ik rij de stoep op en zie hem net aankomen van de andere kant. Wonen is Amsterdam is leuk, maar je motor moet je vaak ergens anders stallen. Voor je deur een zo goed als nagelnieuwe GSA parkeren is geen optie, tenzij je een onbekende jouw motor gunt.
“Je bent lekker op tijd, maatje! Ik ben nog niet zo ver”, roept hij als hij afstapt. Te laat komen is voor sukkels vind ik altijd. Koffie, praatje en al snel hangen ook de koffers van René aan zijn motor en kunnen we op weg. De stad uit, ringweg op en richting Utrecht. Dan de A27 op en bij Breda rossen we richting Antwerpen de grens over. Stopje, tanken, peukje voor mijn maatje en na Antwerpen de snelweg weer af. Binnendoor schuifelen we richting Koekelare. Maar hoe fijn de zuiderburen ons ook welkom heten, het weer zit ons op de laatste kilometers meer tegen dan mee. Regen, niet hard…..maar toch. Het ‘oprijlaantje’ richting de hoeve is al meteen een leuke uitdaging. Kuilen, modder en haakse bochten….. Straatbanden, weet je nog? Maar het ging goed, ehmmmm …….. net aan. Maar goed is goed, daar laten we het bij. Een plekje is snel gevonden en tijd om de tent op te zetten. 5 Minuten….klaar! Althans, ik. René heeft iets meer werk. Maar maatjes zijn maatjes en dus geef ik hem uitstekende adviezen vanonder het afdakje 10 meter verderop. Ik sta lekker droog. Maatjes hè, zo werkt dat! “Gaat ie goed, pik? Ja? Mooi!”
Als ook zijn tent staat en de motorpakken zijn verruild voor avondtenue is het tijd voor biertjes. De hoeve is een leuke locatie, er loopt al zat man rond en links en rechts worden handen geschud. Voor bier mogen we een jongedame leuk aankijken, wat goed werkt. Een kras op de kraskaart in ruil voor een flesje, ik vind het een goede deal. Maar we waren één dingetje vergeten. Vanavond is er geen maaltijd gepland, dus óf zelf koken, óf een frituur opzoeken. We kiezen het laatste en zetten na het eerste biertje dus snel tempo richting het dorp. De plaatselijke frituurbaas heeft de avond van zijn leven, we zijn niet de enigen, blijkt. Daarna snel terug naar de hoeve, gelukkig is het droog ondertussen.
Al snel zitten we aan de tafel bij Joost, een testrijder van DAF-trucks, zijn maatje die tandarts is en nog wat man. Gezellig, mijn ‘oordeel’ over groepsactiviteiten smelt langzaam weg. De gemeenschappelijke liefde voor de GS is toch wel leuk. De kraskaarten vullen zich al snel met streepjes, de flesjes blijven in gestaagd tempo doorkomen. Tot …. het 23:00 uur is. De tent en dus ook de keuken gaat dicht en de groep verplaatst zich deels naar buiten bij het kampvuur en deels richting eigen tent. Tja, het personeel wil op tijd te bed denk ik dan maar. Ik zit bij de laatste groep trouwens, de dag is lang genoeg geweest. Bij de vuurschaal blijft het tot in de kleine uurtjes gezellig.
Met 264 bier te bed gaan staat garant voor wat nachtelijke onderbrekingen, dus in je onderbroekkie met je motorlaarzen aan de sloot bijvullen. “I’m sexy and I know it”, neurie ik ondertussen. Ohja, het is rond het vriespunt. Even zoeken hoor… Brrrrrrrr!
7 uur, klaar wakker…… Ik rek het nog even op tot half 8 en dan er uit. Aankleden, verder rekken en strekken buiten de tent en rond 8 uur richting de zolder van de hoeve. Onze gastheer en -vrouw hebben het ontbijt netjes voor elkaar, er is zat. Maar eerst koffie!
Tijdens het ontbijt besluiten René en ik dat we de All-road even laten voor wat het is en schrijven ons alsnog in voor de rit langs de WO-1 bezienswaardigheden. Morgen misschien de All-road, vandaag geschiedenis. Buik vol, zat koffie op en dus tijd om ons klaar te maken voor de rit.

Om 10 uur verzamelen we op het pleintje voor de hoeve en al snel zijn we op weg. We komen langs velden met honderden graven waar vele, vooral jonge, soldaten hun laatste rustplaats hebben gekregen wat een grote indruk op mij maakt. Keurig onderhouden rijen grafstenen, met militaire precisie netjes parallel naast elkaar vormen een indrukwekkend beeld. “Hoe anders was het toen in die dagen zelf,” denk ik bij mezelf. De wanhoop, paniek, erbarmelijke omstandigheden waarin ze hun land moesten verdedigen staan in schril contrast tot wat ik hier zie. De loopgraven, gewonde soldaten, jonge jongens die hun kameraden voor hun ogen zien sneuvelen…….. Ik prijs mij gelukkig in vrijheid en vrede te kunnen leven. Ik merk dat ook René onder de indruk is.
“Eigenlijk weten we maar verdomd weinig van de 1e WO, Jon,” zegt hij. Dat is inderdaad zo, maar wij weten hier weinig van omdat wij toen als land “neutraal” zijn gebleven en dus niet actief meededen aan die verschikkingen. Maar velen zeggen dat die eerste in dit opzicht, dus afgezien van de Jodenvervolging in de 2e, veel erger is geweest. Hij heeft gelijk. Kut-oorlogen! Een bezoek aan het oorlogsmuseum in Ieper is een laatste stop voordat we weer de weg terug richting Koekelare kiezen. Rare naam vind je? In de buurt ligt het dorpje Spermalie, dus het is maar wat je raar noemt.

Moesten we vrijdag nog zelf voor ons avondeten zorgen, zaterdag staat er een vette BBQ op het programma. Buiten branden de bakken op volle toeren, binnen kunnen we ons alles goed laten smaken. Had ik al gezegd dat er ook bier was? Een kwestie van de juiste persoon aanspreken en binnen no time stond er weer wat op tafel. Dat er met enige regelmaat een nieuwe kraskaart gekocht moest worden laat ik veiligheidshalve buiten de boeken. ‘Thuis’ leest misschien ook mee tenslotte. De avond eindigt ditmaal bij het kampvuur, waar pallets, blokken hout en balken hun einde treffen. Ging de koelkast van de hoeve om 23:00 uur dicht, de meeste gasten waren ditmaal voorbereid en hadden een eigen voorraad bier ingeslagen. ‘Wie nog niet dronken is, moet slim zijn’, was dat niet dat spreekwoord? Ik keur hem goed in ons voordeel.
Grote groepen, hmmmmmmm……. Was niet zo mijn dingetje zei ik nog in het begin toch? Geen idee hoe het bij een Canta-treffen gaat, of bij een Barbie&Ken-meeting, maar ik merk dat iedereen bij iedereen aansluit. Welke discipline je ook rijdt, Off-road of All-road…..de verhalen gaan dwars door het kampvuur van links naar rechts. Filmpjes, foto’s, ooggetuigenverslagen, aangedikt met een lekker overdrijvingssausje. Leuk!
Er is een man met een BMW X met Husqvarna-blok die vol in de blubber dook bij de Off-Road, zijn filmpje ging bijna ‘viral’. De blubber zat nog in zijn baard by the way. Lachen, dikke hilariteit. Als ik later groot ben met een kleinere motor met grotere noppen wil ik ook ploegen……. Als ik trouwens een rondje langs de motoren maak zie ik dat hij niet de enige is die een paar kilo authentieke Belgische blubber heeft meegenomen richten de hoeve. Geweldig, en hier komen we ook voor.

Als de klok half 2 aantikt haak ik af. “Jongens, ’tis mooi weest. Ik deuk er in en tot morgen”, roep ik in onvervalst Seans. Aan het grote vuur te zien zullen er nog een aantal uurtjes weggetikt worden hier.
De volgende ochtend, die vaak op de nacht volgt, is er weer een keurig ontbijt met koffie en nog meer koffie. De late uurtjes zijn bij enkelen goed van het gezicht af te lezen. “Goeiemorgen, lekker geslapen?” Niet meer dan een diep grommend Neandertalig ”Mwoaaa” komt er bij enkelen niet uit. “Mooi, koffie dan maar?” Ik vermaak mij kostelijk tussen het bonte gezelschap.
“René, waar gaan we heen vandaag? Zullen we de andere asfalt-route pakken of gaan we All-road? Volgens DanielGS is die laatste met straatbanden zeer goed te doen.” Als ik dan ook nog opmerk dat Chantal in de groep mee rijdt is het snel beslist.
Hetzelfde ritueel als op de dag ervoor herhaalt zich. Motorpak aantrekken, tentje afsluiten, met je motor een beetje knap over het natte gras proberen weg te komen zonder een dikke flater te slaan….. Vooral dat laatste! Nog steeds straatbanden, weet je nog?
Als de groep compleet is, gaan we al snel op pad en het is duidelijk…..Daniël kent hier de weg. Tussen de schaarse asfaltwegen die hij kiest, liggen prachtige zandpaden, grindwegen en modderpoelen. De glimlach is weer niet van mijn bakkes te rammen en ik weet dat ik niet de enige ben. Daniël komt uit deze streek en rijdt duidelijk al heel wat jaren op een motor rond. Zijn oude GS 2klepper met een Dakar Rally-tank van dik 44 liter ziet er stoer en imposant uit. Voltanken doet hij nooit, zwaartepunt laag houden is bij deze sport belangrijk. En voor we er goed en wel erg in hebben rijden we al bij Sluis. “Ehmmmm, da’s Nederland en zelfs daar weet hij beter de weg dan ons Hollanders”, mompel ik in mijzelf. En hij heeft geen millimeter gelogen. De rit is goed te doen met straatbanden, totdat… Een modderig spoor met gras in het midden, bochtje dient zich aan, gaat nog steeds goed, ik verwissel van spoor en rij door de grasberm in het midden, geef een kleinnnnnnn beetje gas en BOEM! Ik lig keurig overdwars met de valbeugel tussen grond en motor.
“Jaaaaa, gelukkig heb ik het op camera staan”, roept René naar zijn Teletubbie-gopro bovenop zijn helm wijzend.
“Ik was er al bang voor, bedankt he!”
Met twee man is de motor zo weer rechtop, de aarde en grasresten worden verwijderd en al snel zijn we op weg naar Chantal en Daniël die keurig op ons staan te wachten. En ja, ik nog steeds met een grote grijns. Een GS kan er tegen en zo niet, dan moet ie er maar tegen kunnen.
“Vanavond ook een mooi verhaal voor bij het kampvuur”, zeg ik tegen René. “Ohw, zeker…….jouw filmpje gaat ook even rond. Daar zorg ik wel voor.”
Vorig jaar waren we samen naar Zwitserland en Italië, en ook daar heeft hij een val van mij op camera vast gelegd. Hey, het moet geen gewoonte worden natuurlijk hè…
Ik kan er alleen maar om lachen! We rijden lekker verder, genieten van de omgeving, een lunch en van de rit. We komen op paadjes terecht die we nooit zelf hadden kunnen vinden, dus wat een gouden keus om met deze groep mee te gaan. Rond half drie stoppen we bij een kruising van twee zandpaden, de mannen doen even hun kleine behoefte en ehmmmmmm Chantal begint te morren…..
“Heren, ’tis nie eerlijk nie wa….. ‘Kmot ook efkes, maar ja hé…… Hoe te gaan zo hier?” Een van de mannen met een net zo onvervalst en te lief Belgisch accent als Chantal loopt naar zijn motor, frummelt wat in zijn tas en komt met een roze plastuit aanzetten. Iedereen schiet in de lach en Chantal vind het aanbod op zijn minst apart maar bedankt toch voor de eer. WAAROMMMMM neem je een plástuitje mee als je als man met je maat een weekend onder een tarp gaat kamperen tijdens een GS-treffen. Nou ja, dikke pret levert het wel op in ieder geval. Het antwoord mag hij mij schuldig blijven, maar het zal de Belgische hoffelijkheid zijn en het pleit voor hem.
Maar het probleem van Chantal is nog steeds niet opgelost. Daniël heeft goed opgelet en regelt een tussenstop bij zijn dochter, inclusief een borreltje voor iedereen. Puntje erbij voor hem, naast alle punten die hij als gids natuurlijk al dik verdiend had.
Het laatste rukkie naar de hoeve gaat vlot en weldra staan er weer wat krasjes op de kraskaarten bij. Natuurlijk gaat mijn schuiver even over tafel. Het is goed, ik kan er zelf ook om lachen. Wederom lopen gastheer en -vrouw hard in de keuken voor ons te rennen en te vliegen en is er een heerlijke maaltijd. Stoofvlees met patat en aanverwante artikelen, sausen en smurrie. Lekkâh!
De avond wordt weer grotendeels bij de vuurschaal doorgebracht, wat overigens geen lullig schaaltje is. Met twintig man er omheen zitten is geen probleem en dan hoef je elkaar echt niet intens lief te vinden. De nacht valt, ik vang hem net op tijd op en neem hem mee naar de tent. Mooi geweest, snurken nu!

Maandagochtend volgt het zelfde ritueel als de dagen ervoor. Wakker worden, uit je tent kruipen, hinkelend je broek aantrekken en ergens koffie scoren op de eetzolder. Vandaag weer op huis aan, dus na het ontbijt de boel inpakken en de motor vóór, op het pleintje zetten.
“Jon, trek in pizza?”
“Nou René, ik heb net ontbeten als je het niet erg vindt!”
Maar ik snap hem al, hij wil bij zijn maatje in Renesse vanmiddag een pizza eten. Pizza met verse zalm, truffel-mayonaise, veldsla en nog wat zeer geheime ingrediënten die niet zo heel geheim zijn maar die ik gewoon vergeten ben.
“Goed plan, pik! Die gaat er zeker weten in.”
Tijdens een vorige rit zijn we er al eens geweest en het was alles behalve een straf om dat te moeten eten. We schudden handen, roepen nog een keer dat ze volgend jaar in Nederland weer welkom zijn en nemen afscheid van onze zuiderburen. Overigens was de opkomst van Belgen en Nederlanders redelijk gelijk geloof ik.
Weer dat lekkere hobbeldebobbelpad richting de weg, gelukkig voor het laatst. Een aanslag op je vering is het.
Rechtsaf, even tanken en al snel rijden we netjes in lijn richting Sluis, pakken de Deltawerken, komen langs het werkeiland Neeltje Jans en na Burgh Haamstede rollen we al snel Renesse binnen.
“René, het ziet er donker uit……”
En dat klopte ook wel. Het is nog geen een uur en hij gaat om twee uur pas open. Iets met dooie mus en blij maken?
Helaas dus, we zoeken een tentje verderop in de straat op en laten ons daar de vette hap smaken. We schuifelen verder binnendoor tot Rotterdam en pakken vanaf daar de snelweg. We tanken nog even samen, nemen vast afscheid en rijden door tot Amsterdam. René gaat rechtdoor de Nieuwe Utrechtseweg op, ik neem de ring Oost. Twee keer toeteren, ff zwaaien en het zit er na 20 minuten weer voor mij op. De motor gaat de schuur in, de tent aan de haken in het souterrain en de was belandt in de wasmachine.
Volgend jaar weer in galop richting het Paastreffen, waar het dan ook mag zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.